Historie
Specialiteitenslagerij Supermarkt Geschiedenis
Hoe is een kleine slagerij met een winkeloppervlakte van achttien vierkante meter uitgegroeid tot een bloeiend en groeiend bedrijf anno 2003?Dat is de centrale vraag waar het in deze geschiedschrijving om gaat.
Onderstaande beschrijving van de geschiedenis van de firma Goënga is gemaakt door Michiel Drijver, ter gelenheid van de overname van de supermarkt en slagerij in April 2002.
Inhoud
Inleiding
Toen ‘overgrootopa Goënga’ (Otte Goënga; de vader van Minne) op 17 april 1935 het startsein gaf voor het oprichten van een slagerij was hij zich waarschijnlijk niet bewust van de grootte die het bedrijf aan zou nemen in de decennia daarop. De ontwikkeling van dit bedrijf kent een stijgend verloop, verbouwingen en uitbreidingen in 1962, 1969, 1974, 1986 en 1999 hebben ervoor gezorgd dat de slagerij en supermarkt een respectabele plaats innemen onder de ondernemers van Texel. Een plaats die zoals het nu staat alleen maar kan groeien. Dit wordt onderschreven door de jaarlijkse omzetgroei na de ombouw van de firma tot SPAR.
En nu, in 2002, staat er een nieuwe generatie Goënga’s te trappelen om frisse leiding te geven aan dit veelbelovende bedrijf. Een bedrijf dat opgebouwd is met veel inspanning van ‘Ome’ Willem, ‘Tante’ Benna, ‘Ome Otje’ en ‘Tante’ Neeltje die tot vandaag de dag toe al hun energie hebben gestoken in dit bedrijf. Deze vier hebben de slagerij en later de supermarkt zien groeien. Eerst hebben ze alleen gewerkt met de familie, pas later kwamen daar werknemers bij. Veertig jaar van hard werken hebben ervoor gezorgd dat de band met dit bedrijf erg groot is en dan is afscheid nemen des te moeilijker. Zoveel jaren van inspanning zijn voorbijgegaan en het zou dan ook onterecht zijn om hierbij niet stil te staan.
Hoe het allemaal tot stand kwam…
Den Hoorn. Vestiging slagerij. door M. Goënga, Naar we vernemen ligt het in de be- doeling van de heer Minne Goënga, van den Burg, hier een slagerij met woonhuis te doen optrekken en wel op een perceel lands van mej. de wed. Bruin aan de Dorpsstraat (bij de trans- formator). De zaak wordt geheel naar de eisch des tijds ingericht, terwijl voor nette en vak- kundige bediening zal worden ingestaan. Ge- ruime tijd reeds is de heer M. Goënga in het vak op Texel en aan de vaste wal werkzaam geweest. Getuigschriften toonen aan, dat hij voor zijn taak volkomen berekend is.
| De eigenlijke stoot voor de oprichting van een slagerij in Den Hoorn kwam niet van Minne Goënga, maar van diens vader: Otte Goënga. Otte Goënga was woonachtig in Den Burg en was daar gemeentelijk veldwachter. Hij wilde met het oprichten van een slagerij in Den Hoorn een toekomst voor zijn zoon creëren. De oprichting is mede aan het doorzettingsvermogen van deze man te danken: Otte ging aan de slag, nauwelijks wetend wat hierbij allemaal kwam kijken. Want naast problemen als het verkrijgen van startkapitaal en naamsbekendheid kwam daar ook de minderjarige leeftijd van Minne bij. Minne was nog maar 20 jaar oud en was daardoor in eerste instantie niet oud genoeg om een eigen zaak te beginnen. Via het kantongerecht werd een zogenaamde beperkte handlichting uitgeschreven waarmee werd verklaard dat Minne mondig genoeg was om een eigen zaak te beginnen. | Otte Goënga |
Wie was Minne Goënga?
| Zonder de inzet van Minne Goënga zou de slagerij nooit zo geworden zijn zoals hij nu is. Vanaf de opening in 1935 heeft hij er heel hard voor moeten werken om de slagerij draaiende te houden. Na de oorlog ging het beter met de firma M. Goënga, elk jaar werden er vooruitgangen geboekt: de winkeloppervlakte werd verscheidene keren uitgebreid en naast vlees kwamen er groenten en levensmiddelen bij. Wie was die man die het bedrijf opbouwde na de opening op 17 april 1935? | Minne Goënga op 20-jarige leeftijd 03-08-1914 († 27-12-1978) |
Minne Goënga werd geboren op 3 augustus 1914 te Bolsward. Toen hij dertien jaar was geworden en de lagere school had afgesloten besloot hij te gaan werken. Niet in het slagersvak maar bij de boer: water dragen en aardappels sorteren. Dit was hard werken, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Tot zijn vader een beter baantje voor hem had op de noodslachtplaats. Daar hielp hij met slachten en Minne verkocht vlees aan klanten. Het werk tussen de kadavers vond hij maar niets en binnen korte tijd kwam hij dan ook bij de gebr. Peereboom als slagersknecht terecht. Van daaruit kwam hij bij andere slagers op het eiland te werken (Bram Dekker en slagerij Visser). Toen Minne achttien jaar werd vertrok Minne naar de vaste wal om het slagersvak te leren. Hij deed dat bij de eersteklas slagerij De Boer in Sexbierum. E. de Boer ( een oom van Roelie Bakker) beheerde de slagerij en was een vakman die heel precies en schoon werkte. Van deze man heeft Minne heel veel geleerd. Na deze tijd in Sexbierum kwam Minne terecht in Den Helder waar hij in militaire dienst moest. Toen de militaire dienst erop zat kwam het moment dat de vader van Minne voorstelde om een slagerij op te zetten voor zijn zoon Minne. En op 17 april 1935 was het dan zover…

Sexbierum, 1933/1934: Minne Goënga bij slagersvakman E. de Boer, van deze man heeft Minne heel veel opgestoken.
De opening van slagerij Goënga op 17 april 1935s
Den Hoorn.
Zakennieuws
Zooals aangekondigd werd, hoopt de heer M. Goënga vandaag zijn slagerij en winkel alhier officieel te openen. De zaak is naar de eisch van de tijd ingericht. De wanden zijn met tegels bezet, de toonbank met marmer gedekt. Alles ziet er frisch en degelijk uit. In de winkel zijn een electr. gedreven gehaktmolen – een snijmachine en een koelcel aanwezig. De etalage pronkt met verchroomd nikkel en trekt door een een paar van spek vervaardigde figuren mede de aandacht.
Ook bij de inrichting van de slachtplaats is op de hygiëne in de eerste plaats gelet. Moge de jonge ondernemer er in slagen deze nieuwe onderneming op ons dorp tot bloei te brengen.
Uitvoerders waren: metselaar H. Bakker (van de slachtplaats S. de Waal), timmerman P. van ’t Hoog, electr. Gebr. Dros, loodg. Agter en schilder Toolens.
![]() |
![]() |
Het hele dorp leefde mee met de komst van de slagerij. Dit blijkt wel uit een stukje uit De jutterskrant, de vroegere Helderse Courant. In deze krant was een speciaal gedeelte voor de kinderen, Jansje lap uit Den hoorn schreef een stukje over de komst van een slagerij in Den Hoorn:
Ons dorpje krijgt een slagerij Of soepvlees zonder been. Hebt gij het al gehoord? Ik gaf het beste en niet te vet, Een flinke, jonge ferme klant Stemde iedereen tevree, Is er toe aangespoord. En ieder kreeg dan naar zijn huis, Straks hangt zo prachtig voor het raam Een stukje worst nog mee. Een fijne varkenskop, Doch beste jonge slagerman, En worst en biefstuk enzovoort. Ik ben helaas geen knecht, Het kan zo waar niet op. En denk dat ik als meisje kan Was ik een jongen, ‘k toog er heen Zeer weinig bracht terecht. En werd dan vast nog knecht, aar hulde voor het mooie werk, Dan kwam er van die slagerij Dat gij hier zo begon, Nog heel wat goeds terecht. En een elk uw werk hier steunt, Ik ging dan naar de mensen heen Zoveel als hij maar kon. En vroeg dan heel beleefd: Wilt u nog biefstuk extra fijn,
Op woensdag 17 april om negen uur ’s ochtends werd Goënga’s slagerij geopend, zoals blijkt uit onderstaande advertentie uit de Texelsche courant:
![]() |
![]() |
De periode na de opening: 1935-1940

De eerste koe die Minne Goënga kocht van de Wed Beumkes
Doordat in 1936 bakker Duinker verbouwd moest worden kwam deze tijdelijk in de voorkamer van het huis aan Diek 1 terecht, daar werd brood en koek verkocht. De vestiging van bakker Duinker in de voorkamer was gelijk een goede gelegenheid om de Hoornder klanten naar het hoekje te trekken. Bakker Duinker was namelijk een bedrijf dat al langer gevestigd was in Den Hoorn en had daarom een reputatie opgebouwd. Tevens 1936 was ook het jaar dat Minne Goënga in het huwelijk trad met Jannie Zegel die hielp met het schoonmaken van bakker Duinker en later met het schoonmaken van de slagerij. Ook na 1936 waren de jaren zwaar, er moest hard gewerkt worden en er was weinig geld om van te leven.
En toen brak ook in 1939 ook nog eens de Tweede Wereldoorlog uit. Dit bracht heel wat spanningen met zich mee. Minne moest verschijnen in Ijmuiden bij de voormobilisatie, maar zijn vader kreeg het voor elkaar dat Minne een aantal weken zakenverlof kreeg. In 1943 werd Otto geboren en Minne was weer voor enkele weken thuis, in de tussentijd draaide Lolle de zaak, en die was toen nog maar zeventien jaar oud! Iedereen leefde in een wereld van angst, je kon zo opgepakt worden of opgeroepen. Geld had helemaal geen waarde meer, iedereen ging massaal aan het ruilen. En een ruilmiddel hadden de Goënga’s, zodoende hebben ze de hele oorlog te eten gehad.
In de oorlog werd Goënga aan veel spanningen overgeleverd. Aan de ene kant waren daar de Duitsers aan wie ze vlees moesten leveren en aan de andere kant de burgerbevolking en de boeren (onderduikers) die in de rij stonden voor vlees. Minne had ook nog wel eens de moed om cijfers van het aantal afgeleverde kilogrammen op een door de Duisters ingesteld formulier te veranderen. Daardoor nam het aantal afgeleverde kilo’s fors toe. Dit was heel gevaarlijk, want bij een controle hadden ze hem zo in de kraag gegrepen. Dit was ook de reden dat Minne in de schoenenkast een blind luik had laten maken waar hij in kon wegkruipen als de Duisters kwamen. Gelukkig is het nooit zo ver gekomen, de Duitsers zijn er nooit achter gekomen.

Feest na de oorlog: na een periode van vele spanningen was het eindelijk voorbij
De jaren veertig en vijftig
Een taxibedrijfje in Den Hoorn
![]() |
1944-1945: Op de foto staan van rechts naar links: Minne Goënga, Lolle Goënga, Jaap Boon, Martha Gerzonius, Otto Goënga en Jannie Goënga-Zegel |
![]() |
Taxi van de familie Goënga ongeveer tien jaar later voor de taxigarage. Op de witte rand van de deur staat geschreven: ‘TAXI EN AUTOSTALLING, Tel 3 |
Begin jaren zestig
Deze vrijgekomen ruimte werd benut in de zomer van 1962. Op 19 juli om 11 uur werd de vernieuwde slagerij geopend met een dubbele oppervlakte. Aan de slagerij was nu een aparte groentehal verbonden:
Den Hoorn, 11 juli 1962
Uitnodiging
Met genoegen delen wij u mede, dat de verbouwing van ons bedrijf
dezer dagen is gereed gekomen. Ook in dit nieuwe bedrijf zullen
wij ons het vertrouwen, dat u altijd ruimschoots hebt geschonken,
volkomen waardig tonen.
Ons bedrijf is nu 2 x zo groot geworden.
In de mooie winkel ziet u thans een grote opengekoelde
kijkwijs-toonbank, waarin een keur van de fijnste vlees en vleeswaren
artikelen, steeds heerlijk fris gekoeld, ligt uitgestald.
Verder hebben wij nog een grote marchandrie en stortbakken
geplaatst, waaruit u zelf de keus kunt doen uit een flink assortiment
levensmiddelen. Bovendien hebben wij aan onze zaak een aparte
groentehal verbonden, waarin u voor verse, reeds voorverpakte
groente terecht kunt.
de officiële HEROPENING
zal plaatsvinden op donderdag 19 juli des morgens om 11 uur,
waarvoor wij u van harte uitnodigen.
Hoogachtend,
KEURSLAGER GOENGA
Den Hoorn (Texel) A 28
De levering van groente was mogelijk doordat de familie Goënga samen ging werken met Joop van der Meer die groenteman was in Den Burg. Dit was vanaf 1963. Het geheel ging samen onder de naam GTM waaronder Goënga, Timmerman en Van der Meer werd verstaan. Ben Timmerman dreef een kruidenierswinkel op Klif en trad na de overname van zijn bedrijf in dienst van Goënga. Het geheel was niet meer dan een samenwerkingsverband.
1962: Van links naar rechts: Willem, Neel, Otto, Neeltje, Anne de Boer, Martha en Minne

De opening door de heer Vroegindewey

De drukte op de heropening.



Afbeeldingen 14 t/m 16: Firma Goënga van binnen en van buiten tijdens de opening van 1962 (onder: de nieuwe groentehal).
In de jaren tussen de heropening en 1969 is er veel gebeurd. In 1963 is GTM opgericht, een samenwerkingsverband tussen de familie Goënga, Joop van der Meer en Ben Timmerman. Joop van der Meer was de man die begin jaren zestig de stoot gaf tot het uitbreiden van de zaak met groenten en fruit. Naast groenten en fruit werden er vanaf 1962/1963 ook geconserveerde levensmiddelen verkocht. In de aparte groentehal kwam ruimte voor enkele meters levensmiddelen en ook in het slagerijgedeelte waren er diverse soorten soepen e.d te bewonderen.
In 1965 werden er weer diploma’s gehaald. Otto en Neeltje Goënga haalden beiden tegelijk hun kruideniersvakdiploma.
![]() |
Opening van GTM in 1963 door Neel |

Het interieur (1963) van de groentehal: naast groenten nu ook levensmiddelen
Eind jaren zestig
Zo ook in Den Hoorn. De krap achttien vierkante meter tellende slagerij uit 1935 werd uitgebreid met een supermarktgedeelte van 185 m2. Op 25 maart 1969 wordt door burgemeester Sprenger de opening verzorgd van ‘het nieuwe hart van Den Hoorn’. De uitbreiding tot ‘super-supermarkt’ was niet geheel zonder problemen gegaan. De bouwplannen moesten geheel voldoen aan de eisen van het ‘beschermd dorpsgezicht’. Dit betekende dat de uitbreiding in oude stijl moest worden gebouwd: schuine daken, kleine ramen en een groen-houten topgevel. Door tijdnood werd de familie Goënga gedwongen in te stemmen met de bouwplannen. Maar zelfs toen deden zich moeilijkheden voor toen bleek dat de winkel boven het riool dreigde te komen en verder naar achteren moest.

Burgemeester Sprenger opent de supermarkt (1969) met hulp van Minne Goënga jr.
De inrichting van de nieuwe winkel
‘het interieur ademt de sfeer van deze en komende tijd. In Goënga’s supermarkt is alles te koop: brood, kruidenierswaren, vers vlees, drogisterijartikelen, groenten en fruit, alcoholische dranken, zuivelwaren enz. De artikelen staan opgesteld in stellingen langs brede paden. Alles is gericht op de massaverkoop aan toeristen’.
Een belangrijke verandering met de periode van voor 1969 is de grote hoeveelheid non-foodartikelen. Op de zolder die 50 m2 in beslag neemt worden diverse seizoensartikelen verkocht als tenten, stoelen en campingartikelen. De hele inrichting van de winkel is in handen van de heer De Graaf van Kroongroothandel Klaver te Alkmaar. ‘De Graaf zorgde ervoor dat de klant zich niet vast hoefde te houden aan een vast routing, maar naar hartelust kon dwalen langs de gondola’s, displays en wandstellingen’ (Kroon Kroniek, April 1969).

Het interieur van de supermarkt met een oppervlakte van 185 m2. Achterin is de trap te zien naar de eerste etage waar ’s zomers seizoensartikelen werden verkocht. Rechts is de balie met de verkoop van vleeswaren te zien. Bijzonder in deze tijd waren de gondola’s waar je zonder vaste routing omheen kon lopen.
Maar wat gebeurde er met de slagerij in 1969? Minne Goënga was eind jaren zestig nog een fanatiek slachter, tenminste wanneer de tijd daarvoor was. Per week werden drie koeien bij boeren opgekocht en verwerkt tot verkoopbaar vlees en vleeswaren. De klanten waren bekend met de kwaliteit en de smaak van het eigen vlees en vleeswaren en het is dan ook niet verwonderlijk dat bijna vijfendertig procent van de omzet afkomstig was uit de slagerij. De slagerij bleef bestaan op de plek die hij vanaf 1935 al innam. Het verschil is echter dat de toonbank dwars kwam te staan zodat de klanten vanuit de winkel recht op de toonbank afliepen. Een ander verschil is dat de vleeswaren buiten de slagerij werden verkocht in de supermarkt zoals blijkt uit afbeelding 21. Op deze foto is ook heel duidelijk de doorgang te zien.

Slagerijgedeelte in 1969.

Diepvriezen en rechts de doorgang naar het slagerij-gedeelte (1969)
De opening van de geheel vernieuwde supermarkt op 25 maart 1969
![]() Uitnodiging ter gelegenheid van de opening van de vernieuwde Kroon supermarkt op 25 maar 1969. |
Op 25 maart 1969 opende de heer Sprenger de geheel vernieuwde supermarkt van de Firma M. Goënga en zonen. Bij deze opening waren gigantisch veel belangstellende Hoornders en oude bekenden aanwezig. Ook waren er wonderbaarlijk veel mensen die een toespraak gaven. De spits werd afgebeten door burgemeester Sprenger die in zijn toespraak sprak van een ‘super-supermarkt’. Hiermee bedoelde hij niet alleen voor Hoornder, maar daarnaast ook voor Burger begrippen. |
Daarnaast maakte Meneer Sprenger een variant op ‘When the saints go marching in’. Hij sprak van ‘When the markets go marching in’ wijzend op de opkomst van de supermarkten. Sprenger kon zich voorstellen dat er mensen waren die zich afvroegen of zo’n groot bedrijf wel kon bestaan, maar hij twijfelde daar zelf niet aan. U naam begint met ‘go’en eindigt met ‘ga’. Dan moet het wel goed gaan! Verder wees Sprenger op het ‘beschermd dorpsgezicht’ van Den Hoorn: hiermee staat de tijd even stil. Maar voor de bedrijvigheid hoeft dit niet te gelden. ‘Den Hoorn is een juweel, echter een levend juweel dat lévend gehouden moet worden!’
Verder merkte Kroon Kroniek op:
‘Dat de Kroonorganisatie niet alleen een landelijke organisatie, maar zelfs een eilandelijke organisatie is wisten we al. Maar dat onze organisatie in Den Hoorn op het eiland Texel op zo voortreffelijke wijze gepresenteerd wordt, was ons nog niet bekend. Tot we dinsdag 25 maart de pont pakten om de officiële opening van de familie Goënga in het hartje van Den Hoorn bij te wonen. Op de Diek in het centrum van Den Hoorn, een van de plaatsjes die tijdens de zomer uitpuilen van de toeristen, verrees n.l. een supermarkt waar de familie terecht trots op kan zijn’.
Een bijzonder woord was verder voor de oude leermeester van Minne: E. de Boer. Hij was uit Friesland overgekomen om Minne te feliciteren. Hij sprak altijd tot Minne: Doch dyn plicht, en lit de lju mar rabje. Dit betekent: Doe je plicht en laat de mensen maar kletsen. Dit is de spreuk waar Minne voor gekozen heeft en waarvan het bewijs dat je er een heel eind mee komt staat aan de Diek in Den Hoorn.
Een laatste woord was daar natuurlijk voor de baas zelf, Minne Goënga:
‘Tegen de ander middenstanders wil ik zeggen, zie ons niet als concurrent. Deze uitbreiding komt voort uit harde noodzaak en de plicht ons dorp bewoonbaar te houden.’
Verder zei hij:
‘Bouwen in Den Hoorn was wel duurder en moeilijker gebleken . Waar anderen streven naar grote ramen, moeten wij het met kleinere doen; ons huis heeft een schuin dak. Ik hoop echter dat dit het begin zal zijn voor een verdere uitbreiding van Den Hoorn.’

De heer Klaver (voor) en Willem

Luisteren naar de vele toespraken
De jaren zeventig
Minne Goënga had gedacht met de uitbreiding van 1969 klaar te zijn. In januari 1971 ging hij al over op groente en fruitlevering van een grossier omdat de prijzen van de groente te hoog waren. Naast het toenemende aantal toeristen in de zomer waren er ook problemen als ruimtetekort door het toenemende aantal producten. Daarom begon de familie Goënga in 1972 al (weer) te denken over een verdere uitbreiding. Net als in 1969 ging dat niet zo gemakkelijk. Problemen ontstonden over het aankopen van grond. In 1972 beek dat niet zo moeilijk te zijn, maar toen de Goënga’s in 1973 wilden doorzetten waren er opeens problemen. Daarnaast zorgden de bouwtekeningen voor een opstakel. Weer stak het probleem ‘beschermd dorpsgezicht’ de kop op. Het geplande platte dak werd niet toegestaan, er moest een kap op. Uiteindelijk werd begin 1974 de bouwvergunning afgegeven en kon de grond worden gekocht (voor een behoorlijk bedrag).
Begin 1974 werd door de firma Drijver met groot materieel begonnen aan de uitbreiding die een grootte had van 200 vierkante meter. De gehele supermarkt werd voorzien van een nieuw interieur. En daarnaast was er natuurlijk de grote toonbank van de slagerij die geheel nieuw werd gezet en er nu nog staat. De toonbank werd naar voren getrokken en vlees en vleeswaren waren nu verenigd in één grote toonbank van zeven meter! In de vergrote supermarkt ligt het accent op de non-food: strand- en badartikelen, drogisterijartikelen etc. De zolderverdieping verdween en de artikelen werden verplaatst naar de begane grond.

De uitbreiding gerealiseerd in mei 1974

Goënga’s trots: de zeven meter lange toonbank bij de opening in 1974
De opening door Mevrouw Sprenger op 16 mei 1974

De uitnodiging van de opening op 16 mei 1974 met duidelijk hierop de verschillende verbouwingen

De opening door Mevrouw Sprenger 16 mei 1974
Minne kwam in zijn toespraak nog terug op de obstakels die het familiebedrijf was tegengekomen op de weg naar deze vernieuwde supermarkt. Hij kwam terug op de bouwplannen die gewijzigd moesten worden in verband met het ‘beschermd dorpsgezicht’. Door deze regeling moest hij twintig duizend gulden (€ 9065) extra uittrekken om van het platte dak dat hij graag wilde een kap te maken. Hij sprak dan ook in zijn speech: ‘In de zakenwereld geldt de regel: wie commandeert, betaalt. Bij welstandscommissie en beschermd dorpsgezicht zegt men: wie commandeert, betaalt niet’.

De pui van de winkel in 1974
Ondanks de kritiek die Minne heeft op de gang van zaken bij de bouwplannen van de firma is hij wel te spreken over de kap:
‘Architect Zonderhuis van de Kroonorganisatie heeft het knap gedaan. Aan de voorkant lijkt het een kap, maar het is slechts een halve, hij heeft hem afgeknipt’.
Verder zei Minne:
‘Ik ben een gelukkig mens. Ik ben zeer verheugd over de volledige van mijn twee zoons en schoondochters binnen het bedrijf. Zij zijn de pijlers waarop de zaak draait.’

De gehele familie Goënga (en kennissen) bij de opening de opening van de nieuwe Kroon-supermarkt
40 jarig bestaan Firma M. Goënga en zonen: 17 april 1975.

Jubileumadvertentie van het 40 jarig bestaan van de firma M. Goënga en zonen
Daarnaast was er een wedstrijd over het gewicht van het varken. In de zaak was een foto van een varken opgehangen, degene die het juiste gewicht van het varken (76 kg.) zou raden kreeg het varken panklaar thuisbezorgt. De heer H. C. van Duren was de gelukkige en won het panklare varken. Verder waren er uitnodigingskaarten verstuurd met geluksnummers waarmee een rollade was te winnen.
Na de opening gingen de zaken gewoon verder. ’s Zomers werden er steeds hogere omzetten gehaald, ’s winters kon de familie Goënga en haar medewerkers het wat rustiger aandoen. Elke maandag was er slachtdag. Willem vertrok dan met een aantal werknemers in het Fiat-busje naar de slachtplaats aan de Hallerweg. Daar werden varkens, koeien en lammeren geslacht en het vlees ging dan weer terug naar Den Hoorn. Daarnaast stopte Goënga in mei 1978 met het bezorgen van boodschappen aan huis.

Het Goënga-busje bij de slachtplaats in Den Burg.
Het overlijden van opa Goënga
Toen Minne in 1935 van zijn vader te horen kreeg dat deze een slagerij voor hem wilde beginnen had Minne geen enkel idee waar hij aan begon. Minne was net achttien jaar oud en had nog geen eens wettelijk toestemming om een zaak te starten. Nadat deze toestemming was gegeven ging Minne in de leer bij E. de Boer in Sexbierum. Vanaf de opening op 17 april 1935 tot zijn overlijden heeft hij het bedrijf zien opgroeien van een slagerij met een oppervlakte van krap 18m2 tot een supermarkt in 1974 met een twintig keer zo groot oppervlak. Belangrijk is de beslissing van Minne geweest om een supermarkt te beginnen. In een interview werd hem de vraag gesteld: ‘U hebt een goed lopende slagerij. Waarom bent u dan met een supermarkt begonnen?’. Minne antwoordde hierop: ‘Ik heb het hoofdzakelijk gedaan voor mijn twee zoons. Zij hadden beiden wel zin om zelfstandig het vak in te gaan. De slagerij was echter te klein om er een goede boterham te verdienen voor drie gezinnen. Mijn zoons hebben beiden hun diploma’s gehaald en kunnen straks de zaak zo overnemen’.

Opa Goënga in 1975
En dat was geen verkeerde beslissing, in 1974 was het nodig om de supermarkt uit te breiden tot de huidige oppervlakte. Mede door de enthousiaste en fanatieke houding van Minne is het bedrijf opgegroeid tot een goed meetellende supermarkt op ons eiland. Minne was ook onder het personeel erg geliefd, het was een man die van gezelligheid hield maar ook van aanpakken. Vandaar ook zijn lijfspreuk: ‘Doch dyn plicht, en lit de lju maar rabje’. Met het overlijden van deze nog jonge man is de Firma M. Goënga haar grondlegger kwijt.
De laatste veranderingen en aanpassingen in de jaren 70

Kroon supermarkten, jarenlang de formule geweest van firma Goënga
De jaren tachtig
Een filiaal in Oudeschild

De supermarkt in Oudeschild die Goënga vanaf 1982 had
Op 14 januari 1982 op half negen zou de nieuwe supermarkt van de firma Goënga geopend worden. Daaraan vooraf was er op woensdag 13 januari zeven tot negen een open huis. De winkel werd geopend met grote aanbiedingen. Er werden folders uitgedeeld met geluksnummers waarmee vleesschotels waren te winnen. Verder kon men bij 25 gulden (€ 11,34) een sneeuwster kopen voor maar 2,98 (€ 1,35). Met het filiaal in Oudeschild kreeg de familie Goënga er een last bij. Nu moesten ze in plaats van één supermarkt, twee supermarkten leiden en het personeel begeleiden.

Marjon Bakker achter de vleeswaren, kaas en brood in Oudeschild. Rechts op de foto wordt gewezen op het feit dat men vlees kan bestellen in Den Hoorn en in Oudeschild ophalen.
Goënga in de prijzen
In het juryrapport stond:
‘Supermarkt M. Goënga heeft gedurende de kris-kras campagne blijk gegeven van een positieve maar vooral actieve instelling.
Dat kwam onder meer tot uiting in een creative en gedisciplineerde toepassing van sfeer- en actiematerialen. Ook de presentatie van de deelnemende campagneartikelen was uitstekend te noemen. Speciale aandacht was geschonken aan massaliteit van displays en een goede artikelbeprijzing. Tenslotte bleek de vriendelijkheid van personeel van hoog gehalte, iets dat alleen door grote gemotiveerdheid en gezonde teamgeest behaald kan worden.’ Willem Goënga wees op de goede verstandhouding tussen personeel en directie met de woorden: ‘Het is leuk om wat te krijgen, vooral als je het verdiend hebt. En volgens u is dat het geval. Maar we hebben het wel allemaal gedaan’.

De Markant-mannen en het personeel bij het winnen van de Markant wedstijd in april 1984

Foto uit ongeveer 1985
Vlnr boven: Harry van Neerden, Willem, Benna, Oma, Otto, Neeltje, Hans, Marjo Zoetelief, Sandra Parlevliet en Karin van Empel Vlnr onder: Marjon Bakker, Jenny Huisman, Dia Bugel
Goënga’s lamsvlees geniet bekendheid door heel Nederland
Texelse lamsham heeft een buitengewoon gunstige beoordeling gehad op de internationale slagersvaktentoonstelling Slavakto die onlangs in utrecht werd gehouden. Op de beurs, die eens in de drie jaar plaatsvindt, waren maar liefst 5800 inzendingen uit Nederland, Beligië en Duitsland en Goënga’s lamsham werd hier beoordeeld met een gouden medaille. De cijfers waren vier maal tien en één maal negen voor een gaatje dat er in de lamsham zat’. (bron: Texelse Courant) Goënga slachtte zijn lammeren zelf en was daarom ook niet aangesloten bij het Lamsvleesbedrijf Texel. De geslachte lammeren worden verwerkt tot ham, paté en droge worst. Pas op de tweede plaats komt het verkopen van gewoon lamsvlees. Terwijl het bij het Lamsvleesbedrijf Texel ging om zoveel mogelijk lammeren tegen een zo hoog mogelijke prijs te verkopen.
De lamsvleesspecialiteiten van Goënga hebben nationale en internationale bekendheid. Via burgemeester Engelvaart kwam Willem in aanraking met een restaurant in Medemblik. Deze was aangesloten de stichting ‘Romantisch tafelen’. Burgemeester Engelvaart (die toen burgemeester van Venhuizen was) heeft het restaurant aangeraden Willems lamsvlees op de kaart te zetten. Zo kreeg het Hoornder lamsvlees nationale bekendheid. Ook internationaal kwam het lamsvlees in beeld. Via de stichting Holland Promotion van het Nederlandse ministerie van landbouw kregen Nederlandse ambassades in allerlei landen Goënga’s lamsham voorgeschoteld.

Halverwege de jaren tachtig vindt een in de zogenaamde Holland week een stijgende verkoop van lamsvlees plaats.
Meer bekendheid kreeg het lamsvlees in Maastricht. Van 13 tot en met 28 april 1985 vonden in hotel ‘Au bord de la Meuse’ de zogenaamde ‘Texelse weken’ plaats. In deze weken konden diverse genodigden kennismaken met een Texels menu volgens de kaart van ‘Het Kompas’. In de hal van het hotel waren Texelse tafels ingericht met daarop Texelse producten. Willem nam daarbij een belangrijke plaats in met het Texelse lamsvlees.
50 jaar Goënga: 17 april 1985
Afbeelding 41 t/m 44:Goënga 50 jaar: receptie in de winkel en revuediner

Revue met Willem

Erica en Neeltje met het familieboek

Menu van het revuediner

Uitreiking van de Abraham door de Hoornder ondernemers
Van Koopmart naar Méérmarkt
De jaren negentig
Eerste prijs in Markant winkelwedstrijd
Klaver Randstad B.V. gaf een oordeel over alle afdelingen van de supermarkt en daarnaast moesten de medewerkers op een wedstrijdformulier vragen beantwoorden die betrekking hebben op o.a. klantenbehandeling. Hierbij scoorde de firma Goënga de meeste punten van het land. Ter gelegenheid van dit succes overhandigde G.J.M. Groenveld van Markant een gouden dukaat met echtheidscertificaat en werd een oorkonde overhandigd aan Pricilla Trouwerbach die in de betreffende afdeling de sfeer bepaald. Daarbij werd 250 gulden (€113) toegevoegd voor de personeelspot van de formulebeheerder van Klaver: N. L. van Egdom.
Van Méérmarkt naar SPAR
Het zou de eerste grote verbouwing worden sinds 1974. De supermarkt werd voorzien van een nieuwe vloer, plafond en een nieuw interieur met nieuwe stellingen en aankleding in de SPAR-uitstraling. In de tussentijd zou er een noodwinkel draaien achter in het magazijn. Op zaterdag 23 januari 1999 sloot de supermarkt om 16.00 uur zodat de stellingen konden worden leeggehaald en de levensmiddelen en non-food in groentekratten konden worden gestopt. Dat weekend en de maandag erop werd de noodwinkel ingericht met stellingen uit de winkel, koelingen en de levensmiddelen uit de groentekratten gevuld. Op maandagavond was alles klaar en de noodwinkel kon dinsdag haar deuren openen. De slagerij was tijdens verbouwing, die zes weken duurde, geplaatst in de oude slagerij waar Minne in 1935 zijn slagerij ook had. De ingang was op de precies dezelfde plaats als 60 jaar geleden.

Afbeelding 49 t/m 52:
Noodwinkel, verbouwing en slagerij (net als 60 jaar geleden)
De projectleiding van deze ombouw was in handen van Kees Rotteveel. In 6 weken tijd wist hij samen met o.a De wit, Visser en De Verenigde Schilders van Goënga’s supermarkt een eredivisiespar te maken. Daarbij werd de helft het voorraadmagazijn voor de koelcel bij de winkel getrokken en de trap die in het magazijn stond verplaatst. Verder werd er een nieuwe tegelvloer in de slagerij en in de winkel gelegd. De winkel wagens werden nagekeken en de zaak werd voorzien van nieuwe stellingen, koelingen, diepvriezen en check-outs. De 1e check-out werd voorzien van een complete servicebalie voor het wegbrengen van foto’s, het laten stomen van kleding, het halen van medicijnen en het kopen van sigaretten. In de tussentijd moest de familie Goënga gewoon werken in de noodwinkel. Langzamerhand begonnen de Sparproducten haar intrede te doen en verdwenen de M-producten. Iedere week verscheen er een speciale folder en een nieuwsbrief waarin de vorderingen komende gebeurtenissen stonden vermeld.
De opening van Goënga’s SPAR op 3 maart 1999
Gerrit Coevert kreeg de eer om de eredivierspar te openen. Hij moest daarbij een worst doorknippen onder het toeziend oog van Willem. Vanaf dat moment was het een grote drukte in de winkel. Een gigantische toeloop van Hoornders, mensen van de SPAR formulegroep en bedrijven waren bij het open huis aanwezig. Het geheel werd nog extra opgefleurd door fanfarekorps D.E.K. die ter gelegenheid van de opening van de winkel een serenade kwam geven.

Gerrit Coevert knipt de worst door en opent daarmee de SPAR-supermarkt.

De receptie en het interieur van Goënga’s nieuwe supermarkt.
Personeelsfoto van de opening op 3 maart 1999Een nieuw filiaal in Den Hoorn

Spar, de nieuwe formule waarvoor Goënga gekozen heeft: nu ook naast de vaste winkel een zomerwinkel in Goënga’s handen
De toekomst
Wat de toekomst zal brengen is natuurlijk moeilijk te voorspellen. De kans is groot dat de hoge groei na de opening van ‘de spar’ zal voortzetten. Texel is een eiland dat steeds meer toeristen gaat ontvangen. Niet alleen ‘slapers’ maar ook het aantal dagjesmensen en weekendmensen neemt behoorlijk toe. Wanneer de huidige trend doorzet is te verwachten dat de firma M. Goënga en zonen nog lang niet is uitgegroeid. Maar in dit jasje kan ze voorlopig nog wel even vooruit!

De wisseling van de wacht: Otto, Neeltje, Willem en Benna worden na meer dan veertig jaar hard werken afgelost door Minne, Winanda, Hans en Annemieke.
Nawoord
Voor mij is het belangrijk dat uw herinneringen overeenkomen met hetgeen ik geschreven heb. Ik heb al opgemerkt dat de meeste informatie afkomstig was van beeldmateriaal en enkele stukken tekst uit kranten en supermarkttijdschriften. Ik kan daardoor essentiële punten uit de geschiedenis over het hoofd hebben gezien of verkeerd hebben opgevat. Deze punten zou ik graag van jullie lezers willen horen zodat ik een ‘volledig’ beeld kan neerzetten van de geschiedenisontwikkeling van de firma Goënga.
Als laatste wil ik iedereen bedanken die mij aan informatie heeft geholpen. Want zonder informatie had ik dit boekje niet kunnen schrijven. Een speciaal woord van dank is er voor ‘Tante Neeltje’ , ‘Oma Goënga’ en Joop Rommets (van de Texelse Courant). Veel informatie, foto’s en krantenartikelen van hun heb ik kunnen verwerken in mijn boek.
Michiel Drijver
24 april 2002
Otte Goënga
Minne Goënga op 20-jarige leeftijd 03-08-1914 († 27-12-1978)






